Aai Poesje Aai Poesje
Een cabaretshow én onderzoek naar humor en de impact ervan. Vanuit persoonlijke herinneringen aan grove, seksistische grappen wordt de vraag gesteld: waar lach je nu echt om?
Een cabaretshow die humor, agressie en de vraag waar we écht om lachen onderzoekt
Deze voorstelling is zowel een cabaretshow als een onderzoek naar humor en de impact ervan. Verschillende stellingen over humor worden getest, en de vraag staat centraal hoe je humor kunt inzetten om degene te worden die het laatst lacht.
Darwin noemde humor ooit een vorm van agressie, een manier om dominantie uit te oefenen op de 'slachtoffers' van een grap. Dat sluit aan bij de humor waarmee de maker opgroeide: herinneringen aan mannelijke familieleden die, meestal in beschonken staat, in cafésfeer hun favoriete cabaretiers imiteerden. Er was een duidelijke voorkeur voor brallerige, luide mannelijke cabaretiers, waarbij seksistische en racistische grappen de boventoon voerden. Spotten en kwetsen leken geoorloofd, zolang de grap maar 'goed' was.
In de puberteit verging het lachen voor de humor uit de omgeving, met een steeds prangender vraag: waar lach je nu eigenlijk echt om? Deze zoektocht raakt aan het gedachtegoed van filosofe Julia Kristeva, die in Powers of Horror schreef dat we lachen om het abjecte, en dat lachen onze angsten kan verdrijven.